Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 29 april 2014

Collegeprogramma 2014-2018: Samen leven, samen werken!

Samen leven, samen werken! Meiinoar libje, meiinoar wurkje! is de titel van het nieuwe college van burgemeester en wethouders. Het nieuwe college bestaat uit Nieske Ketelaar (PvdA, 6 zetels), Marja Krans (ChristenUnie, 5 zetels), Jos van der Horst (SP, 4 zetels) en Ron van der Leck (D66, 2 zetels)

Vanmiddag, dinsdag 29 april, is het Collegeprogramma 2014-2018 gepresenteerd. Dinsdag 13 mei wordt het college geïnstalleerd. Hieronder de integrale tekst van het collegeprogramma:

download als pdf

 

College Smallingerland Foto:  Fokke Wester

College Smallingerland

v.l.n.r. Wethouders Marja Krans (CU), Jos van der Horst (SP), Nieske Ketelaar (PvdA), Ron van der Leck (D66).

Foto: Fokke Wester

Samen leven, samen werken!
Meiinoar libje, meiinoar wurkje! 

De inwoners van Smallingerland vormen een divers geheel. Er zijn verschillen in cultuur, religie en levensbeschouwing, etniciteit, seksuele geaardheid, opleidingsniveau en status. Vanuit deze veelkleurigheid werken wij door, voor en met mensen aan een duurzame samenleving in al haar facetten met vitale wijken en dorpen waar voor iedereen plaats is om mee te doen en een eigen steentje bij te dragen.

Het college staat voor een veranderende koers: Het gemeentebestuur wil bijdragen aan een beweging waarin respect voor elkaar is en waarbij maximale zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar waar ook ondersteuning en solidariteit is als inwoners het zelf (even) niet redden. De ontwikkeling van het sociale domein en de lokale economie van Smallingerland krijgen in het licht van dat doel extra nadruk in dit programma.

Met de decentralisaties vanuit het Rijk staan we voor de belangrijke opgave om het sociaal domein een passende invulling te geven. De menselijke maat is daarin leidend: voor de overheid, maar juist ook voor de verbindingen tussen mensen in hun eigen buurt of dorp, tussen inwoners en instellingen en tussen werkgever en werknemer. Mensen, bedrijven, instellingen en verenigingsleven mobiliseren, activeren en reactiveren: ieder op het eigen niveau en passend bij het eigen kunnen.

De gemeente ontwikkelt en leert in dat proces zelf ook. Het college wil mensen motiveren en stimuleren om te leven vanuit eigen kracht en verantwoordelijkheid in de eigen leefsituatie. Daar hoort bij dat basisvoorzieningen op orde en algemeen toegankelijk zijn. Dat begint bij werk en onderwijs en gaat verder met cultuur, sport, ontmoeting en ontspanning.

Meedenken en verbinden

Het college werkt vanuit een basishouding die we ook van anderen vragen: meedenken in oplossingen in plaats vanuit probleemdenken. Verbindend. Reëel en positief. Vooruitstrevend en ondernemend. Niet bang voor nieuwe ontwikkelingen. Handelen op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid met over en weer heldere en duidelijke verwachtingen. Daarbij is oog en oor voor begrip en nuance. Het college wil de mogelijkheid bieden voor tenminste een raadgevend referendum en zal hiervoor met nadere voorstellen komen.

Werken aan werk

Hoewel de werkloosheid in onze gemeente de afgelopen periode is gestegen, vooral als gevolg van de economische crisis, zijn er grote kansen aan het ontkiemen voor Drachten als sterke banenmotor voor de regio. Onze ambities is om innovatie een nog steviger podium te geven waarmee het ook een stimulans betekent voor de maakindustrie die daaruit voort kan vloeien. Dat vraagt een passend vestigingsklimaat. Met die insteek bieden we veel mensen in onze regio kansen op werk. Het potentieel aan mensen die in de maakindustrie en MKB aan de slag willen en kunnen is groot. Ook zij verdienen een goed perspectief. Het college stimuleert de werkgelegenheid om daarmee het werkloosheidspercentage op of onder het Fries gemiddelde te krijgen.

De samenwerking in het Innovatiecluster van inmiddels negen sterk innoverende bedrijven binnen en buiten de gemeentegrenzen, de gemeente en provincie begint zijn vruchten af te werpen. De eerste tussentijdse evaluatie laat banengroei in deze sector vol met research en development zien. Het college wil het cluster versterken en zet in op een veel grotere naamsbekendheid van Drachten als een ondernemende stad met een herkenbaar high tech profiel. Provincie en gemeente investeren € 16 miljoen in de doorontwikkeling van het Innovatiecluster als de bedrijven zelf ook mee investeren voor een zelfde bedrag. Daar zijn afspraken over gemaakt die we deze collegeperiode gaan effectueren.

Bestuurlijke samenwerking: Provincie, de F4 gemeenten en gemeenten in de regio

We blijven samen met de Provincie investeren. De samenwerkings- en investeringsagenda voorziet in forse verbeteringen in de infrastructuur en bereikbaarheid van Drachten in de komende jaren. Daarnaast ronden we grote projecten die in vorige periodes succesvol in gang zijn gezet de komende tijd af. De samenwerking met de grote vier gemeenten in Fryslân (in het zogenaamde F4 verband) zetten we ook door met het oog op economische spin off die zorgt voor werkgelegenheid aan de aanbodkant van de arbeidsmarkt voor de provincie en de regio. Daarnaast werken we samen met omliggende gemeenten aan een aantrekkelijke en sterke Zuid Oost regio en regio de Wâlden

Financiën

De financiële situatie van de gemeente is nog steeds gezond. Dit willen we zo houden want dat stelt ons in staat te blijven ontwikkelen en ons sociale domein goed te organiseren. Gericht op preventie en het stimuleren van mensen om hun leven in eigen beheer te nemen en een vangnet te bieden voor mensen die dat het meest nodig hebben. Met de goede financiële basis wil het college ons voorzieningen- en onderhoudsniveau op een acceptabel niveau houden.

Wel is er ook voor onze gemeente een bezuinigingsopgave van € 3,5 miljoen structureel in 2018 voor zover we dat nu kunnen overzien. Dat betekent dat we lastige keuzes moeten maken. Het college geeft in dit collegeprogramma een eerste richting aan.

Een duurzame samenleving werkt met werk

Smallingerland maakt deel uit van de grote vier Friese gemeenten die samenwerken om de economie te versterken in de provincie. Daar zet het college in de komende periode opnieuw op in: kansen benutten op grotere schaal heeft immers ook voordelen voor onze inwoners en bedrijven. Niet alleen met deze ‘F4’, maar ook met omliggende gemeenten en de provincie Fryslân.

Drachten is een sterk stedelijk centrum voor de regio en dat willen wij zo houden. Omdat de werkloosheid ondanks alle inspanningen hoog is gebleven is de inzet onverminderd gericht op het versterken van de lokale economie en het vestigingsklimaat. Het college zet in op duurzame werkgelegenheid: niet alleen voor nu maar zeker ook voor straks.

Vestigingsklimaat

Als Smallingerland het vestigingsklimaat wil bieden om ondernemers nu en in de toekomst aan de regio te blijven binden, is het een absolute voorwaarde dat vestigingsvoorwaarden zoals infrastructuur en bereikbaarheid op orde zijn. Voorzieningen op het gebied van cultuur, sport, toerisme en onderwijs, ook belangrijk voor het vestigingsklimaat, blijven tenminste op peil en worden uitgedaagd om – ook vanuit hun eigen kracht – te blijven ontwikkelen. Dat kan ook met behulp van private middelen. Voorzieningen in deze sectoren hebben een sterke bovenlokale functie en dat willen we zo houden. Bij de noodzakelijke investeringen in het zwembad heeft het college de ambitie om, mits financieel haalbaar, De Welle naast een thuisbasis voor basis- en doelgroepzwemmen een bovenlokale dagattractie en een trainingsfaciliteit voor topsport (RTC) te laten blijven.

Ons profiel: innovatie én maakindustrie

De inzet op economie krijgt een gezicht met een heel helder profiel: Smallingerland, met daarin Drachten als grootste kern, is een gemeente waar kennis, innovatie en technologie met een groeiend cluster aan innoverende bedrijven enerzijds een basis leggen voor high tech industrie en anderzijds oog heeft voor waar deze regio groot mee geworden is: de maakindustrie. Het is geen automatisme dat een sterke inzet op innovatie en technologische vooruitgang ook weer zorgt voor nieuwe vormen van maakindustrie. Toch is het onze opdracht om samen met ons bedrijfsleven te zoeken naar logische combinaties en het versterken van netwerken in de eigen regio om de maakindustrie – die er weliswaar heel anders uitziet dan voorheen – weer een vruchtbare voedingsbodem te geven. En daarmee weer midden- en laaggeschoolde arbeid creëert.

In dit licht ziet het college ook een sterkere focus op het MKB ontstaan. De sector is traditioneel sterk vertegenwoordigd in onze gemeente en moet in staat worden gesteld om de verbinding met de innoverende high tech bedrijfsleven te leggen (en vice versa).

Onderwijs

De netwerken van het bedrijfsleven strekken zich uit tot in het onderwijs. De combinatie ondernemer, onderwijs, overheid (de drie o’s) staat voor de opgave om de aansluiting tussen de schoolbank en de arbeidsmarkt zo goed mogelijk te faciliteren. Ook hier ziet het college hernieuwde aandacht voor de vakmensen, de ambachtslieden die kwaliteit leveren. Het bedrijfsleven heeft daar in toenemende mate behoefte aan. Leerlingen hebben stage- en leerwerkplekken nodig.

Waar de gemeente een rol kan spelen in het intensiveren en faciliteren van de relatie tussen werkgevers en hun toekomstige werknemers zullen we dat (blijven) doen, in welke sector dan ook. Verbindingen tussen onderwijs, creatieve industrie en werkgelegenheid, MKB en (nieuwe) vormen van maakindustrie faciliteren we waar dat kan. Bedrijfscontactfunctionarissen hebben een sleutelrol in hun proactieve opstelling richting bestaande én nieuwe ondernemers.

Duurzaamheid zit in onze genen

Het college zet in op een duurzame samenleving. We bedoelen daarmee in toenemende mate dat we oog en zorg hebben voor elkaar. Maar bij het begrip ‘duurzaamheid’ hoort ook nog steeds de zorg voor de omgeving waarin we leven, wonen en werken. Zo wil het college bij grote projecten de aanwezige biodiversiteit niet of nauwelijks aantasten en blijven we inzetten op duurzaam gebruik van ruimte. Daarbij is een belangrijke opgave om samen met instellingen, bedrijven en eigenaren te werken aan bijvoorbeeld herstructurering van bedrijventerreinen en mogelijkheden te zoeken voor herbestemming van bestaande panden.

Het college zet ‘groen’ nadrukkelijker op de agenda. Ondernemers in de ‘groene’ sector kunnen baat hebben bij een zekere mate van herkenbare clustering in bijvoorbeeld een ‘Groene Zone’ op één van de bedrijventerreinen. In zo’n zone kunnen zich alleen bedrijven vestigen die een duurzaam product leveren. De haalbaarheid van een dergelijke ‘Groene Zone’ wordt onderzocht.

Bij onze bedrijfsvoering zit duurzaamheid in onze genen. Het onderwerp krijgt stelselmatig aandacht bij het voorbereiden van nieuwe projecten en uitvoering van beleid. We blijven ons inzetten om de CO2 uitstoot en het energieverbruik van gemeentelijke diensten en gebouwen te verminderen. Daarbij hoort dat we het opwekken en gebruiken van bronnen zoals zonne-energie, restwarmte en aardwarmte stimuleren en activeren.

Bereikbaarheid

Voor transport ligt de focus enerzijds op bereikbaarheid over de weg. Anderzijds blijft de mogelijkheid om vervoer over water naar de binnenhavens van Drachten op peil te brengen, prioriteit houden voor het college. Niet alleen uit economisch oogpunt maar ook vanuit duurzaamheid: vervuilender kilometers over de weg worden beperkt. Alternatieven voor de voorgestelde vaarroute bekijken we samen met de provincie en de omgeving. Uitgangspunt blijft: vervoer over water van en naar watergebonden bedrijven moet voldoende gefaciliteerd worden. Dat verbetert de concurrentiepositie van de betrokken bedrijven.

Terug naar vervoer over de weg: het college vindt dat Smallingerland een fietsvriendelijke en fietsveilige gemeente moet zijn. We streven naar voldoende fietsparkeerruimte in (zonodig meer) bewaakte fietsenstallingen. Daarbij horen meer oplaadpunten voor elektrische fietsen.

Over de toekomst van het vliegveld moet in deze collegeperiode duidelijkheid komen. Er loopt momenteel een onderzoek naar de economische kansen. Wanneer de resultaten bekend zijn, verwachting is voor de zomer van 2014, komt het college met nadere voorstellen naar de raad.

Kansen voor werk in de zorg

Een kansrijke sector in een duurzame economie is de zorg. De demografische ontwikkelingen laten zien dat onze samenleving verder vergrijst, ook in Smallingerland. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Hun thuissituatie moet daar wel klaar voor zijn met mogelijkheden voor zorg aan huis. Met die veranderingen ontstaan nieuwe vraagstukken op het gebied van bouw van of renovatie naar levensloopbestendige woningen en het scheppen van mogelijkheden voor mantelzorgwonen of het het clusteren van zorgwoningen. Daarmee werken we ook aan keuzevrijheid voor mensen.

Kansen voor werk in recreatie en toerisme in ons buitengebied

De afgelopen periode is het bestemmingsplan Buitengebied onderwerp geweest van nieuwe besluitvorming. Smallingerland is trots op het buitengebied en gaat daar zorgvuldig mee om. Er moet voldoende ruimte blijven voor de agrarische sector. De mogelijkheden voor kansrijke combinaties met recreatie in het buitengebied blijven bestaan of krijgen, waar dat mogelijk, meer ruimte. Het college zet steviger in op (water)recreatie en toerisme, ook met het oog op inmiddels in gang gezette projecten als de heropening van het Polderhoofdkanaal en het uitgraven van de Drachtstervaart.

Daarbij sluiten we als het gaat om het promoten van het recreatief en toeristisch product aan bij de inmiddels provinciaal uitgerolde aanpak. We houden de vinger stevig aan de pols bij de activiteiten van de meer provinciaal en regionaal aangestuurde nieuwe organisatie om het product Fryslân te vermarkten.

Creatieve industrie

Het college heeft de afgelopen periode een start gemaakt met het ontginnen van een nieuwe sector in de economie: de creatieve industrie. Smallingerland kent een enorm potentieel aan kunstenaars op allerlei gebied: muzikaal, literair, beeldend of grafisch. Er kunnen nieuwe combinaties ontstaan met het bestaande bedrijfsleven én vooral ook met vakmensen in creatieve sectoren als evenementen, reclame, (web)design of games. Alleen: ze moeten elkaar en elkaars mogelijkheden en potenties wel leren kennen. Het college wil doorgaan met het faciliteren van die contacten en wil net als met het idee van de ‘Groene Zone’ de haalbaarheid onderzoeken van vormen van clustering van deze creatieve ondernemers.

Duurzame economie

Bij het inrichten van een duurzame economie gaat het in de basis om het aangaan van (zakelijke) relaties voor een bepaalde of onbepaalde tijd. De gemeente heeft daar niet altijd invloed op. En dat is in de meeste gevallen maar goed ook. Toch hebben we wel een verantwoordelijkheid in onze eigen relaties in diezelfde duurzame economie. We vragen ons de komende periode steviger af welke lokale en regionale werkgelegenheidseffecten grote projecten met zich mee brengen.

Hierbij heeft de gemeente oog voor de positie van ZZP-ers en heel specifiek de detailhandel. Met het oog op de kleine ondernemers in het centrum enerzijds en om recht te doen aan de verschillende opvattingen binnen de coalitie anderzijds handhaaft het college de komende vier jaar winkelsluiting op zondag.

Relaties geven we ook vorm met het organiseren van wettelijk verplichte aanbestedingen en inkoop voor leveranciers. Die moeten soms Europees en zijn vanuit die basis niet op de eigen regio gericht. Er zijn ondertussen meer wettelijke mogelijkheden om de regionale markt wel een goed vooruitzicht te bieden op deelname in aan te besteden producten, diensten of projecten. Waar de gemeente dat kan doen, kiezen we daarvoor.

Op microniveau krijgen relaties vorm tussen mensen. In dat kader heeft de gemeente een gezamenlijke verantwoordelijkheid met het bedrijfsleven om te bouwen aan de relatie met mensen die buiten de boot vallen door ze te laten deelnemen aan het arbeidsproces. Het college heeft de ambitie om een ‘social return’ van 5% bij werk dat de gemeente aanbesteedt te realiseren. Als dat niet goed kan, moet dat gemotiveerd worden.

Een duurzame samenleving werkt vanuit vertrouwen

De gemeente krijgt meer taken en verantwoordelijkheden als het gaat om de zorg, de jeugdzorg en het activeren en het laten meedoen van mensen. Dichtbij, vrijheid, veilig, perspectief en eigen kracht en met ruimte voor eigen identiteit en keuzevrijheid. Dát zijn de uitgangspunten die het hart van het integrale sociale beleid van dit college vormen. Menselijke waardigheid, solidariteit, wederkerigheid en respect zijn belangrijke waarden om dit beleid mee vorm te geven. Dat betekent eerst en vooral: er valt niemand tussen wal en schip. Dit college wil extra aandacht voor de kwetsbare groep mensen: voor hen die het echt nodig hebben. Als meedoen soms niet lukt, is er een goed vangnet.

Burgers denken nu veelal vanuit hun rechten op verschillende vormen van zorg. In het nieuwe sociale domein werken we toe naar wederkerigheid. Dat betekent: investeren in de capaciteiten en talenten van mensen, versterken van de eigen regie, stimuleren van samenredzaamheid en zelfredzaamheid in de eigen omgeving en het eigen sociale netwerk en beginnen bij de behoeften, wensen en mogelijkheden van mensen zelf. We denken in mogelijkheden: samen met mensen hun doelen scherp krijgen, de vraag achter de vraag vinden en daarbij de hulp organiseren om dat mogelijk te maken.

Vertrouwen in elkaar staat voorop

Mensen vinden het soms moeilijk om zorg of hulp te vragen. Zorg- en hulpverleners vinden het soms minstens zo moeilijk om de juiste zorg te bieden. Daarin moeten mensen die hulp en zorg vragen en zij die het mee helpen organiseren elkaar vertrouwen. De zorgvraag hoort voorop te staan, niet het aanbod. In dit licht is het kunnen kiezen van zorg- en hulpverleners op basis van het eigen gedachtengoed en de eigen identiteit van belang. Voor iedereen van 0 tot 100 en: as it frege wurdt yn it Frysk.

Het gevolg is dat de gemeente samen met professionele organisaties en partners in het maatschappelijk middenveld anders moeten gaan (samen)werken. Dat vraagt grote inzet. De eigen gemeentelijke organisatie en partners in de keten van het sociaal domein moeten hun krachten bundelen en informatie delen waarbij de gemeente stuurt op: één informatiestroom, één beleid, één uitvoering met één hulpverlener, één casus. De gemeente geeft in haar rol als regisseur kaders voor kwaliteit, goed werkgeverschap, maatschappelijke effecten, keuzevrijheid en stuurt op samenwerking vanuit vertrouwen.

Natuurlijk moeten we onze inwoners goed informeren over wat het sociale domein is, wat er verandert en wat dit voor mensen betekent. Om dat goed te kunnen doen, is het zaak dat alle professionele partijen zorgen dat de juiste, heldere en volledige informatie op tijd bij elkaar komt.

Zorg

De gemeente zet in op een beweging waarin wordt uitgegaan van de eigen kracht van mensen en hun omgeving. Inzetten op langer thuis wonen en meer gebruik maken van eigen mogelijkheden en het eigen netwerk. Vertrouwen op eigen kunnen en vertrouwen op anderen in de naaste omgeving.

Met een andere keuze voor het verstrekken van de lichthuishoudelijke hulp zetten we hierin een eerste stap. We stoppen het vergoeden van licht huishoudelijk werk tot en met 3 uur in de week (de zogenaamde categorie HH1). Mensen kunnen voor deze hulp een beroep doen op de bijzondere bijstand. Voor mensen die meer dan 3 uur in de week deze huishoudelijke hulp ontvangen, verandert er, ongeacht het inkomen, niets.

Daarnaast geldt: vertrouwen op de lokale overheid als hulp, zorg en ondersteuning nodig is. In dit kader verdient de mantelzorg een zorgvuldige ondersteuning op basis van de eigen wensen en behoeften van onze inwoners.

Het college wil liever voorkomen dan genezen. Om preventie voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid goed vorm te geven zal de samenwerking met de zorgverzekeraars sterker worden gezocht en uitgewerkt.

Jeugdzorg

In de jeugdzorg is ons er veel aan gelegen om duurdere specialistische zorg te voorkomen. We helpen het opvoedkundig klimaat te versterken. Daar hoort bij: de-medicaliseren, zorg op maat en inzet op het versterken van het ‘voorveld’ via de peuterspeelzalen, scholen en kinderopvang. In de jeugdzorg geldt eveneens dat we sterker willen en moeten inzetten op de rol van het sociale netwerk: het gezin, de context en de eigen omgeving. Dat betrekken we bij de aanpak met vakbekwame professionals.

Meedoen mogelijk maken

Alles is erop gericht om mensen mee te laten doen, ze te activeren of te reactiveren. Soms is een tijdelijk steuntje in de rug genoeg. Maar we hebben ook oog voor mensen die zonder hulp altijd aan de zijlijn staan. Dat is niet de bedoeling. We hebben een aantal instrumenten waarmee we mensen helpen om mee te kunnen doen:

Eigen leerwerkbedrijf

Er loopt momenteel een onderzoek naar de mogelijkheden en kansen voor een eigen leerwerkbedrijf bij de gemeente. We wachten de resultaten van het onderzoek daarvan af. Een leerwerkbedrijf kan perspectief in een veilige omgeving bieden, dichtbij de mensen.

Toekomst sociale werkvoorziening

Het college ziet Caparis als een goede voorziening voor mensen die een indicatie voor een sociale werkvoorziening hebben. In de komende collegeperiode is actueel hoe we een dergelijke voorziening voor de toekomst waarborgen en blijven inrichten waar het voor bedoeld is: beschut werken in een veilige omgeving. We doen daarom onderzoek naar de toekomstige mogelijkheden van deze voorziening.

Sociaal ondernemerschap

Ook de gemeente zal haar eigen netwerk moeten benutten om het sociaal domein opnieuw in te richten. We hebben daar ondernemers voor nodig die willen meedenken en tenminste open staan voor bijvoorbeeld net die andere maar minstens zo effectieve invulling van een vacature door iemand die veel kan en talent heeft maar ook wat beperkingen heeft. Dit vereist overtuigingskracht en goede relaties met werkgevers in ons eigen netwerk. Daarin willen we investeren.

Minimabeleid

Het college voert een ruimhartig minimabeleid. Dat betekent concreet dat we de norm voor het in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand verhogen naar 115% van het minimumloon.

Kinderen horen niet in armoede op te groeien. Daarom verdient deze groep een extra steun in de rug. Het college wil specifiek beleid formuleren voor de problematiek rond armoede in gezinnen met kinderen. Instrumenten kunnen bijvoorbeeld zijn: een kortingspas of een  samenwerkingsagenda voor het aanbod van diverse instellingen. Ook hier geldt: maatwerk en preventie staan voorop. Toegang tot zorg: zo doen we dat hier!

Sociale wijk- en dorpsteams

Mensen mogen geen drempels ervaren om naar de gemeente toe te gaan en daar om hulp te vragen. Dat vraagt tegelijkertijd dat de professionals die hulp bieden diezelfde lage drempel bieden. Om dat te helpen organiseren, wil het college in het sociale domein met wijk- en dorpsteams gaan werken. Eén van de uitgangspunten is immers : dichtbij de mensen staan.

Deze teams bestaan uit generalisten. De mensen in het team kunnen vooral heel goed luisteren en zijn verbinders pur sang. Maatschappelijke organisaties en kerkelijke verbanden werken samen met professionele organisaties (en vice versa) om met de mensen te zorgen voor de gewenste en gevraagde ondersteuning. In elke wijk of dorp kan het team weer een andere samenstelling hebben.

We kijken daarbij naar de omvang en samenstelling van de wijk of het dorp en naar mogelijke specifieke problemen die in een gebied spelen. Is een specifieke zorgvraag aan de orde? Dan volgt een verwijzing naar specialistische zorg.

Het experiment gebiedsgerichte team ‘Jeugd’ en gebiedsgerichte team ‘Volwassene’ is gestart in 2014. Dat levert kennis en informatie op om het gebiedsgericht werken door te ontwikkelen naar integrale teams die zich richten op elke doelgroep van 0 -100 jaar. De ambitie is om daarmee te starten in 2016.

Toegang tot zorg anders organiseren

Het college realiseert zich dat bestaande regels die nu recht geven op vormen van zorg en hulp mensen houvast en zekerheid bieden. Het college wil die zekerheid niet afnemen maar de toegang tot zorg wel anders organiseren. Dat betekent veel meer werken vanuit het vertrouwen dat professionals heel goed luisteren en een betrouwbaar oordeel kunnen vellen over gevraagde hulp, zorg en/of voorzieningen.

Het college vindt dat het bieden van zorg in de basis betekent dat degene die zorg vraagt en de professional die zorg biedt een langdurige relatie met elkaar aangaan. Daar moet dan ook voldoende ruimte voor zijn. Het college onderzoekt daarom de mogelijkheden van maatschappelijk aanbesteden en het aangaan van een samenwerkingsrelatie op basis van subsidieverlening. Bij een langdurige subsidierelatie is het wel zaak om zakelijk betrokken partijen onderling goed scherp te houden.

Veranderbudget sociaal domein

Gemeenten staan in het hele land voor een enorme uitdaging om de veranderende manier van werken in het hele sociale domein goed vorm te geven en in te richten. Dat zal niet vlekkeloos gaan. Daarnaast is op basis van de informatie van het Rijk die we nu hebben vooralsnog niet te zeggen of budgetten toereikend zijn of blijven. Het college wil financiële ruimte maken om eenmalige tegenvallers en bezuinigingen in jeugdzorg, thuiszorg, AWBZ en Wmo fatsoenlijk op te kunnen vangen zonder dat dat ten koste gaat van voorzieningen voor onze inwoners. Dit met het oog op de langer durende transformatie. Daarom richten we tijdelijk een ‘veranderbudget sociaal domein’ in. Dat budget kunnen we gebruiken om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen en daar waar nodig de transformatie en innovaties faciliteren. Het college stelt het budget samen uit de eenmalige middelen van de gemeente. Voor 2014, 2015 en 2016 is er voor elk jaar € 2,5 miljoen beschikbaar.

Vitale wijken en dorpen

Een nette onderhouden leefomgeving is belangrijk om bewoners zich goed en veilig te laten voelen in de eigen buurt of in het eigen dorp. Infrastructuur, groen en water blijven daarom op een acceptabel onderhoudsniveau. We gaan samen met gebruikers en deskundigen uitzoeken wat dit acceptabele niveau inhoudt en (minder) kost.

Het college blijft streven naar goede basisvoorzieningen in wijken en dorpen, zodanig dat ze passen bij de ondersteuning van het eigen sociale netwerk van de buurt- en dorpsbewoners. Voorzieningen horen algemeen toegankelijk te zijn en vooral: dichtbij. Onderwerp van gesprek met corporaties en zorgpartijen moet zijn dat woningen flexibeler worden. Alles met het doel om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Denk aan mantelzorgwoningen, het vergroten van de levensloopbestendigheid en geschikte woningen voor meerdere leeftijdsgroepen. Extra aandacht zal er zijn voor digitale ontsluiting met een goede breedbandvoorziening voor Drachten én de dorpen. Immers: het wereldwijde web is een niet te missen en niet te onderschatten voorziening voor het onderhouden van het eigen sociale netwerk maar ook vernieuwende vormen van zorg kunnen via nieuwe media worden ingezet.

Financiën

Om ambities te kunnen realiseren is een solide financiële basis nodig. Geld is een middel en geen doel. Voldoende geld is wel een voorwaarde voor continuïteit van zowel nieuw als bestaand beleid.Het financieel beleid van Smallingerland is al vele jaren gericht op beschikbaar hebben en krijgen van voldoende middelen voor de realisatie van alle gemeentelijke ambities en verplichtingen.

De pijlers van dit beleid houden we in de komende periode in stand:

  • Reëel ramen
  • Een voorkeur voor een eenmalig bijdrage boven structurele kosten
  • Beschikbaar hebben van voldoende weerstandsvermogen
  • Werken met 100% kostendekkende heffingen
  • Jaarlijkse indexering van budgetten met de trendmatige ontwikkeling van lonen en prijzen

Sluitend meerjarenperspectief

Een ander kenmerkend punt is het werken met sluitende meerjarenbegrotingen. Gegeven de onzekere tijden gaan we hier anders mee om. Het financieel perspectief van gemeenten verandert de laatste tijd soms elke paar maanden. Een sluitende meerjarenbegroting is dan slechts beperkt houdbaar, terwijl er vaak grote offers voor moeten worden gebracht. We richten ons daarom op begrotingen waarin minimaal het komende begrotingsjaar reëel sluit. Naarmate de onzekerheid over de gevolgen van rijksbeleid afnemen, werken we weer toe naar een sluitend meerjarenperspectief.

De actuele financiële positie van Smallingerland toont in 2018 een structureel tekort van € 3,5 miljoen (2015: € 1,65 miljoen) naast een eenmalige investeringsruimte van ruim € 8 miljoen. Uit deze eenmalige ruimte wordt het veranderbudget voor het sociaal domein gedekt: in 2014, 2015 en 2016 elk jaar € 2,5 miljoen. Structureel zijn bezuinigingen onvermijdelijk.

Twee onderdelen uit ons programma hebben een structureel financieel gevolg. De verhoging van de grens voor bijzondere bijstand naar 115% vraagt € 0,9 miljoen per jaar. De wijzigingen in het beleid voor huishoudelijke hulp besparen structureel € 0,9 miljoen.

Bezuinigingen

Er wordt een structurele bezuiniging doorgevoerd van € 0,625 miljoen en bij de start van deze periode wordt daarnaast gericht gezocht naar een aanvulling van bijna € 2 miljoen. De bezuinigingen bestaan uit een toerekening van lasten voor straatvegen aan de rioolheffing (€ 0,25 miljoen), een verhoging van de hondenbelasting met 10% (€ 25.000) en een bedrag van € 0,35 miljoen aan quick wins door her en der ruimte en niet gebruikte reserveringen te schrappen.

In de zoektocht naar mogelijkheden om de begroting voor 2015 – en mogelijk langer – sluitend te maken, hebben we verschillende zaken op het oog. In de leefomgeving gaan we mogelijkheden uitwerken tot maximaal € 0,9 miljoen. Daarbij focussen we sterk op het onderhoud van wegen, water en groen, waarbij we de inzet van de sociale werkvoorziening zoveel mogelijk in stand willen houden. Binnen de organisatie willen we een bedrag van € 0,35 miljoen in kaart brengen. Personeel, overhead en bedrijfsvoering zijn de thema’s, waarbij we ons realiseren dat we niet kunnen volstaan met een algemene efficiencytaakstelling: we zullen niet aan inhoudelijke keuzes ontkomen. In het programma Gemeenteraad zijn we voornemens om bezuinigingen in kaart te brengen tot 10% van het bedrag van de organisatie (€ 35.000).

Voor het sociaal domein stellen we op dit moment geen concrete bezuinigingsopgave. Daarvoor is de toekomst te onzeker. Wel willen we enkele opties onderzoeken, vooral in de huidige uitvoering van de wmo. Wanneer daar in de toekomst aanleiding toe is, kunnen we dergelijke bezuinigingen in overweging nemen.

De voorzieningen vormen de laatste hoofdmoot van onze zoektocht.

We willen een bedrag van € 0,7 miljoen uitwerken, aan de hand van vijf onderwerpen.

  • Het eerste is schoolzwemmen: we gaan kijken of er mogelijkheden zijn om de kosten – vooral van vervoer – te reduceren, met maximale instandhouding van de zwemlestijd.
  • Het tweede punt heeft betrekking op veldsportaccommodaties en het aanbod van het Sportbedrijf: aandacht voor tarieven en prioritering in het aanbod zijn zaken die we voor ogen hebben.
  • Cultuur is het derde onderwerp waar we ons op zullen richten: de oriëntatie is hier breed, met bijzondere aandacht voor de reserveringen voor evenementen.
  • Als vierde punt noemen we de taken van verbonden partijen: we realiseren ons dat bezuinigingen hierop meestal afhankelijk zijn van meerderheidsbesluiten van gemeenten, toch vinden we dat ook langs deze weg moet worden bijgedragen aan onze bezuinigingsopgave.
  • Het laatste punt van onze zoekopdracht heeft betrekking op onderwijsachterstanden: hier ligt geen wettelijke plicht voor gemeenten, waardoor er mogelijkheden zijn om – geheel of in enige mate – onze bijdrage aan schoolbesturen aan te passen.

Afhankelijk van de ontwikkeling van onze financiële positie zoeken we in de loop van deze collegeperiode naar aanvullende bezuinigingen. Daarbij houden we de gevolgen van passend onderwijs in het oog.

De zoekopgave is aanzienlijk groter dan noodzakelijk is voor 2015. Mochten niet alle streefbedragen volledig worden gehaald, dan leidt dat niet meteen tot problemen. Meer bezuinigen dan nodig is voor 2015 verkleint de opgave in meerjarenperspectief en biedt ons de mogelijkheid om eenmalige middelen te sparen voor de dekking van ambities uit ons programma.

Een jaarlijkse trendmatige verhoging van de OZB is ons uitgangspunt. Als echter de in enig jaar niet kan worden ingevuld, dan wel de verschraling van beleid wordt te groot, dan is een verhoging met meer dan de trendmatige ontwikkeling mogelijk. In de komende tijd worden de afvalstoffenheffing en de rioolheffing herijkt. Als blijkt dat deze kunnen dalen, overwegen we om het omgekeerde effect hiervan in de OZB-tarieven mee te nemen. Op die manier kunnen we bij een gelijkblijvende collectieve ontwikkeling van de lokale lasten de inhoudelijke effecten van bezuinigingen beperken.

De financiële bewegingen uit dit programma wordt uitgewerkt in een perspectiefnota.

 

Tot slot

Dit collegeprogramma gaat niet over al het beleid waar de gemeente aan werkt. Voor de onderwerpen die niet specifiek zijn benoemd, volgt het college de ingezette bestuurlijke lijn van de afgelopen jaren. Voorgenomen bezuinigingen kunnen nog wel tot verschuivingen leiden.

We staan aan het begin van een nieuwe raadsperiode met belangrijke opdrachten. Naar onze mening hebben we met dit programma een stevige basis gelegd om goede resultaten te boeken. In een vruchtbare samenwerking met uw raad willen wij daar uitvoering aan geven.

Immers: Meiinoar libje, meiinoar wurkje! Samen leven, samen werken!

 

Meer info:
Portefeuilleverdeling het college van B&W